|
|
|
|
|   | ||
|   |
Ereleden: Roel Beuving Dirk de Goede Wim Vermeulen Jaap de Groot Erevoorzitters: Jan Oudejans Stef Laponder Leden van verdienste: Cor Bierdrager Joop Lok |
Boze ouders langs de lijn | 24-01-2012 Veel coaches, sportbestuurders en scheidsrechters hebben een moeizame relatie met de ouders van hun pupillen. Wie kent niet het stereotype van de tierende vader of moeder, die vindt dat de coach en scheids geen goed kunnen doen en over wie wordt gefluisterd dat hij of zij frustraties over een eigen mislukte sportcarrière botviert op de kinderen? In Nederland is recentelijk de Sire campagne ‘Geef kinderen hun spel terug’ gestart. Deze campagne is er op gericht om te fanatiek gedrag van ouders bespreekbaar te maken. Eén van de oorzaken voor ongepast gedrag van ouders op het sportveld is volgens de campagne en bijbehorend onderzoek opgekropte doordeweekse stress. Wie je er ook naar vraag, iedereen heeft een mening over het gedrag van ouders langs de lijn. Boeiender is de vraag wat de sportende kinderen er eigenlijk van vinden. Ook is tot op heden vooral onderzocht hoe ouders zich gedragen en nog maar nauwelijks waarom ze zich zo gedragen. Een recent verschenen onderzoek van Omli en LaVoi (2012) behandelt de vraag wat de kinderen zelf vinden en de vraag waarom ouders zich zo ‘misdragen’. Een te grote betrokkenheid van ouders in de sport is volgens deze auteurs geen nieuw probleem en er is in de praktijk al flink geëxperimenteerd met verschillende aanpakken. Voorbeelden zijn ‘silent sunday’ waarbij ouders geen geluid mogen maken, strafmaatregelen (ouders kunnen een boete krijgen), gedragscodes die met ouders afgesloten worden of een educatieve insteek. De effectiviteit van deze verschillende soorten interventies blijkt helaas nauwelijks aangetoond of onderzocht. Wat vinden de sportende kinderen zelf? Het zal niemand verbazen dat uit het onderzoek blijkt dat de kinderen het liefst hebben dat ouders zich als supporter gedragen, en niet als veeleisende coach of losgeslagen fan. Ze hebben dus het liefst dat hun ouders met aandacht, maar niet te veel geluid hun prestaties gadeslaan, en zo af en toe een verdiende aanmoediging of compliment uitdelen. In eerder onderzoek zijn kinderen gevraagd welke regel ze zouden stellen voor het gedrag van ouders als ze maar één regel zouden mogen geven. De regel die meer dan de helft van de kinderen zou willen stellen? Dat de ouders zich positief, bemoedigend en niet-kritisch moeten gedragen. Ook wil een groot deel van de kinderen als regel dat de ouders niet schreeuwen tegen de scheidsrechter. Kortom, de tierende ouder is niet alleen een doorn in het oog van de coach, scheidsrechter of andere ouders, maar ook van de sportende kinderen zelf. Waarom ‘misdragen’ de ouders zich? Emoties en gedrag zijn dus zeer sterk aan elkaar gerelateerd. Het is goed om te kijken welke emotie hoort bij het ongewenste gedrag van de ouders. Omli en LaVoi richten zich specifiek op boosheid of gevoelens van woede. Vanuit boosheid kunnen ouders gaan schreeuwen en zich overmatig met de sport bemoeien. Juist uitingen van boosheid blijken bovendien het schadelijkst te zijn voor het welzijn van kinderen in de sport. De onderzoekers vroegen 773 ouders van sportende kinderen naar wat hen boos maakt tijdens de sportbeoefening van hun kind. Uit een analyse van alle antwoorden bleek dat de boosheid van de ouders gewekt wordt door vier groepen betrokkenen in de sport: coaches, scheidsrechters, de sporters en andere ouders. De zaken die ouders boos maken zijn door de auteurs gelabeld als drie hoofdcategorieën: ‘onrechtvaardigheid’, ‘onzorgvuldigheid’ en ‘onbekwaamheid’. Ouders worden boos op coaches en scheidsrechters die niet eerlijk, niet neutraal of niet oprecht zijn. Denk daarbij aan onterechte of partijdige beslissingen van scheidsrechters of het niet eerlijk verdelen van speeltijd door coaches. Ook waren de ouders in het onderzoek boos om een coach die zijn/haar eigen kind of diens vrienden voortrekt. Dit valt onder het label ‘onrechtvaardigheid’. Met onzorgvuldig gedrag wordt gedrag bedoeld dat niet empatisch of zorgzaam is, en waarin geen oog is voor ieders belang. Een voorbeeld hiervan is overmatig schreeuwen tegen de sporters door coaches of andere ouders. Ook onsportief gedrag of een gebrek aan inzet van de sporters valt onder ‘onzorgvuldigheid’. Onbekwaamheid hangt vaak samen met een, in de ogen van de ouders, gebrek aan ervaring, kennis van de regels of inzicht in het spel aan de kant van coaches en scheidsrechters. Interessant is dat niet elke betrokken partij hetzelfde verweten wordt. Bijvoorbeeld, sporters mogen van de ouder best onbekwaam zijn, als ze maar wel zorgvuldig zijn. In Tabel 1 is samengevat waar ouders in de sport boos van worden (de rode vakjes). Ouders ervaren boosheid als zij vinden dat de scheidsrechter of coach onrechtvaardig handelt. De sporters zelf of andere ouders verwijten ze geen onrechtvaardigheid, of ze worden daar niet boos om. Hetzelfde geldt voor onbekwaamheid. Onbekwame coaches en scheidsrechters maken ouders pissig, maar onbekwame sporters (of andere ouders) hebben dit effect op ouders niet. Sterker nog, niet één van de 773 ouders zei boos te worden van onbekwame sporters. Gelukkig mogen kinderen dus nog gewoon fouten maken of niet zo goed zijn, zonder de toorn van de ouders te wekken. Tot slot blijkt uit het onderzoek dat onzorgvuldige scheidsrechters geen reden zijn voor boosheid, onzorgvuldig gedrag van coaches, sporters of andere ouders wel. Tabel 1 | Wie doet wat waar ouders boos van worden?
De sport is een sociaal systeem met velen betrokkenen, zoals coaches, sporters, ouders, scheidsrechters. Om het gedrag van één schakel in het systeem (bijvoorbeeld de ouders) te beïnvloeden, moeten we het gehele systeem betrekken. Het is te makkelijk om te zeggen dat alleen ‘de ander’ - in dit geval de ouders - hun gedrag moeten veranderen. De sportbeleving van de kinderen is een gedeelde verantwoordelijkheid waarin ieder zijn rol moet vervullen. Zo blijkt uit dit onderzoek onder andere dat het voor het gedrag van de ouders langs de lijn van belang is dat coaches rechtvaardig handelen. Hun verantwoordelijkheid is het om zich optimaal te ontwikkelen als scheidsrechter en coach en zo veel mogelijk ervaring op te doen. De coach vervult dus een belangrijke voorbeeldfunctie voor de ouders! De voetbalcoach uit de reclame van Pieter van den Hoogenband is een hartverwarmend voorbeeld hiervan. Natuurlijk dienen ook de ouders te leren accepteren dat coaches en scheidsrechters fouten kunnen maken. Dat zou een hoop boosheid, en daarmee wangedrag, schelen. Bovendien zijn ook ouders zelf een belangrijk rolmodel voor hun ‘collega-ouders’. Door je te gedragen zoals je wilt dat andere ouders zich gedragen, beïnvloed je de cultuur langs de lijn. Als we allemaal sportiviteit promoten, sporters simpelweg hun best doen, de coach en de scheidsrechters hun taak zo goed mogelijk uitvoeren en ouders zich meer bewust worden van hun functie als rolmodel, krijgen we de sportouders die kinderen willen: een zorgzame supporter in plaats van boze ouder. Leestip NOOT 1 Vana Hutter werkt als docent/adviseur/onderzoeker bij EXPOSZ, faculteit der Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is sportpsycholoog VSPN® en inspanningsfysioloog en kent de sportpraktijk van binnen uit, door haar werk in de top- en breedtesport. Zij is één van de oprichters van de post-academische opleiding tot praktijksportpsycholoog en bestuurslid van de Europese federatie voor sportpsychologie (FEPSAC). Laatst vernieuwd: 26-01-2012 om 12:40:36 Terug |
| |||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||